sangoescamlaos.reismee.nl

Home sweet home

Zondag, 29 maart. D-day. Samen met een Duitse backpackster, mekaars steun en toeverlaat de voorbije dagen, hijsen we ons voor een – hopelijk – laatste keer in een tuk-tuk richting luchthaven. Miss Germany is alvast zeker van haar plaatsje op het vliegtuig. Ik moet nog even bang afwachten of er nog een kruimeltje te rapen valt voor mij. Zes uur afwachten is het geworden. Afwachten tussen hoopgevende en tegenstrijdige berichten, van ‘niet iedere Belg zal meekunnen’, tot ‘we zullen er alles aan doen dat iedereen wél meekan’… Slechts 34 van de 81 Belgen hebben uiteindelijk de weg naar de luchthaven op tijd gevonden. Jammer voor die 47 verstekelingen, maar een vreugdedansje kon toen echt niet langer uitblijven. De eerste keer in drie weken tijd ook dat ik Nederlands kon spreken, West-Vlaams zelfs. We klampen ons aan mekaar vast in deze onzekere tijden en wijken geen duimbreed meer van mekaars zijde in dit laatste traject huiswaarts. De boardingpass hebben we nét niet uit de handen van de check-in-dame gerukt. Want dat was onze enige zekerheid: een boardingpass bemachtigen. Toen kon niets meer fout lopen.  De halve liter Cambodjaans bier – in afwachting van de vlucht – heeft zelden zo goed gesmaakt. En nu toch maar een berichtje sturen naar het thuisfront. Ja toch? 

Maandag, 30 maart. In plaats van achter mijn CM-bureau sta ik in de luchthaven van Frankfurt. Het is hier bijtend koud, en we zijn er nauwelijks op gekleed. Nog 1 laatste hinderpaal : vanuit Duitsland naar België geraken. Met de trein. Het bleek uiteindelijk niet echt een hinderpaal te zijn. De eerste harde confrontatie ook wel met de lockdown-maatregelen in België. We geloven onze ogen niet als we door het vensterglas van een vrijwel lege trein naar buiten staren en de lege straten zien. Waar is iedereen in godsnaamIn de statie van Brugge hetzelfde verhaal. Mag ik hier wel lopen? Gaan die flikken mij tegenhouden? Waarom kijken ze zo raar? In Beernem : niet veel anders. Te voet naar de mama, want geen bus te bespeuren. Ik kan de straten oversteken met mijn ogen toe. Geen mens op straat. Ik ben precies in oorlogsgebied aangekomen. Maar bij de mama dan weer alles peis en vree. Vanop de nodige afstand weliswaar. Nu nog steeds. En nog wel voor even.  

Volgend jaar een nieuwe poging? Ik hoop het zo erg. Maar eerst 2 weken in verplichte quarantaine. Dat kan er ook nog wel bij. Vanzijneigens da. 

San 

Sprankeltje hoop?

Vrijdag, 27 maartEen bezorgde mail van het werkfront. Van Ludo. Ik geef hem een laatste stand van zaken. Op dat ogenblik ziet het er nog steeds niet goed uit. Nog steeds ‘Stuck in Cambodia’. Wanneer hij me zal terugzien? Ook voor mij is dit nog koffiedik kijken. Over enkele dagen? Weken misschien? Geen kat die het weet op dat moment. Op dat ogenblik ben ik al met enkele andere reizigers aan het uitkijken naar een appartementje. Om de kosten te delen. In geval van het gevreesde doemscenario dat het luchtruim wordt afgesloten en we moeten wachten tot alles achter de rug is vooraleer we terug naar ons thuisland kunnen vertrekken. Allemaal heel onwezenlijk. Maar ozo-realistisch op dat moment… 

Zaterdagavond, 28 maart. Een dringende mail van de Belgische Ambassade : morgen word ik om klokslag 12u in de luchthaven verwacht. De Duitse Ambassade zal 2 repatriëringsvluchten inleggen met tussenlanding in Doha (Qatar) en eindbestemming Frankfurt. Hoe ik van daaruit thuis geraak is een zorg voor later. Geen zorg eigenlijk. Als ik al in Europa geraak, ben ik al content. Ik ga desnoods te voet naar huis. Enige voorwaarde : de Duitsers hebben voorrang. Pas als er een plaatsje over is, mag ik mee. Stand-by blijven in de luchthaven is – opnieuw – het kernwoord in de mail. Ik lees en herlees de mail – in de 3 landstalen – en lees overal hetzelfde. Ik kan mijn ogen niet geloven, maar durf het thuisfront nog niet op de hoogte brengen van dit sprankeltje hoop. De plannen zijn hier al zoveel veranderd. Ik wacht er nog liever wat mee. Ons ma staat mogelijks maar één slapeloze nacht meer te wachten. Stel je voor. 

Duim met me mee !

x

Stuck in Cambodia ...

Woensdag, 25 maart @ alle (on)geruste zielen die me stilaan al thuis hadden verwacht en ondanks jullie lockdown al opgemerkt hadden dat er maar weinig beweging kwam in mijn rolluiken: plannen zijn er om gewijzigd te worden. Mijn voorlopige nieuwe thuis ligt tegenwoordig in Cambodja. Stuck in Cambodia dus. Het zou de titel van een spannende thriller kunnen zijn. Ik voelde de bui al een beetje hangen. Kort na het posten van mijn vorig verhaal kreeg ik de kouwe douche keihard in mijn nek : mijn vervroegde vlucht werd geannuleerd. Enkele uren vóór het geplande vertrek. Shit happens. Ook een 2de poging tot herboeking is intussen op een sisser uitgedraaid. Wat betekent dit concreet? Welja, op eigen initiatief of middelen nu thuis geraken is uitgesloten. De landsgrenzen zijn zo goed als afgesloten. Iedere nieuwe reservatie wordt systematisch een dag later opnieuw geannuleerd. De beruchte processie van Echternach dus: één ?stap vooruit, twee achteruit. Bovendien zijn de medische voorwaarden om hier een vlucht te mogen nemen onrealistisch, en de spelregels veranderen dagelijks. Ik bespaar jullie de details. 

Mijn lot ligt nu in handen van de Belgische Ambassade die - samen met andere Europese landen - inspanningen en pogingen doet om de gestrande dutsen te repatriëren. Voorlopig zonder succes voor mij, maar ik blijf erin geloven. Ik sta op de wachtlijst. Ik wacht dus. Ik heb toch tijd. Ben tenslotte officieel nog steeds op vakantie. Ook al is het vakantiegevoel nu mijlenver.? 

Intussen ben ik als een gek met de bus naar de hoofdstad Phnom Penh gereisd. Busritje van 6u lang. Op verzoek van de Ambassade. Als een gek, want de sluiting van de provinciegrenzen hangt nu als het zwaard van Damocles boven onze kop. Ook dat nog. Maar ik ben waar ik moet zijn. En hier blijf ik dan ook. Noodgedwongen. Chill. Relax. Niets gebeurd. 

@ de collega's : maandag op het werk verschijnen is dus al helemaal en helaas geen optie meer. Wanneer dat wél zal zijn, is nog een groot vraagteken voor mij. Niet de eerstvolgende week, vermoed ik. Vrees ik eigenlijk ...

Intussen vul ik mijn dagen met mails checken, 's nachts berichten en telefoons van bezorgde zielen beantwoorden (tijdsverschil!), de ambassade stalken, onrealistische verzekeringsattesten opvragen, ze uiteindelijk krijgen, en ze dan toch weer niet meer nodig hebben, COVID-19-tests laten uitvoeren... en alles is dan maar 72u geldig, dus na 3 dagen terug naar af. Deprimerend en hilarisch tegelijk. 

Maar het is hier lekker warm, ik mag ongehinderd naar buiten - mét mondmasker weliswaar - ook al valt er hier geen sikkepit meer te beleven. Wij, Europeanen, zijn de boemannen. De oorzaak van alle Corona-miserie (over de Chinezen wordt intussen in alle talen gezwegen). Er wordt in een boog om ons heen gelopen, alsof we lepra ofzo hebben. De boze blikken horen erbij. Mijn in allerijl gekozen hotelleke houdt de deuren nog even open – gelukkig maar – en links en rechts is nog een eetkraampje open. Ik heb dus nog een dak boven mijn hoofd en kan af en toe een kom rijst of noodles tussen mijn kiezen wringen. Alles beter dan niets. Maar de solidariteit onder de Europeanen is immens. Ook niet onbelangrijk. We zitten ten slotte allemaal in hetzelfde schuitje.  

Ik hou jullie verder op de hoogte, van zodra ik meer duidelijkheid of nieuws heb. Fingers crossed dat dit sneller is dan dat het er nu naar uitziet.

Zorg goed voor mekaar. Ik kan me nog niet half voorstellen hoe het daar bij jullie aan toe gaat. Ondanks de vele berichten van het thuisfront.

Ik trek mijn plan hier wel nog even. No worries.

Dit was meteen ook het einde van deze blog. Over en uit.  Denk ik... Mijn kop staat er even niet naar...

Tot in België!  Vroeg of laat zit je hoedanook toch weer met mij opgescheept. Of ik met jullie. Vanzijneigens da. 

x

Dagje pretpark

Vrijdag, 20 maart. Het stand-by blijven heeft opgebracht: als alles goed is vertrek ik op maandag 23 maart naar huis. Drie dagen vroeger dan gepland. Ik berust.  
De vuilbak waar ik mijn voorbereidselen met een kordate "de boom in" heb gekieperd, is naar de hoek van de kamer gedegradeerd en puilt uit van de nuttige, maar helaas ook onbruikbare info. Ik voel me wat schuldig. Allez bon. We gaan nog ne keer 'kieken' in de half-verscheurde en verfrommelde bladeren. Tijd om de strijdbijl te begraven. 'Angkor Wat', wat hét hoogtepunt van deze reis moest worden... in zo 'n kleine tijdsspanne... Waarom ook niet? Ik ben hier nu toch. Van zitten kniezen op een hotelkamer is nog nooit iemand beter geworden. Da's dan ook weer beslist. Morgen gaan we ervoor.

Zaterdag, 21 maart. De dag start zoals gewoonlijk met een gezond Aziatisch ontbijtje en het lezen van de krant. Maar liefst niet te lang vandaag. Drukke dag. Angkor Wat enzo. En het liefst nog met de vélo. Even een snelle berekening gemaakt : alles samen een 30-tal kilometer. Peanuts. Best niet te laat starten ook, nu de temperaturen nog enigszins draagbaar zijn. Wat zegt de gazet vandaag? Ha? Kijk eens aan. Een spiksplinternieuwe maatregel met ingang van 22 maart, ook wel 'morgen' genaamd: passagiers die naar, van of door Thailand reizen hebben naast een belachelijk alles-dekkende reisverzekering ook nog het volgende nodig: een 'Health Certificate', uitgereikt binnen de 72 uur vóór vertrekuur, waarin bevestigd wordt dat ze niet lijden aan het COVID-19-virus. Zonder beide documenten : geen boardingpass, en dus ook niet op de vlieger. Mijn hersenen slapen nog wat. Ik dwing ze met me mee te denken. Oké, ik vertrek op 23 maart, dus ná ingang van de nieuwe maatregel. Check. Ik reis naar, van of door Thailand. Check. Samengevat: ik heb prijs. Mijn ontbijt begint zich te keren in mijn maag. Nondemiljaardedju toch. Oké, is er een dokter in de zaal ? Iemand? Niemand dus. De receptie van het hotel denkt met me mee, maar hoort het duidelijk in Keulen donderen. Dat ook nog. Misschien eens de kliniek om de hoek proberen? Ik grabbel al mijn officiële documenten bij mekaar en werk op automatische piloot. We zijn intussen nog geen 8u in de morgen. Ik verwacht er niet veel van, tot ik de chaos aan de kliniek zie. Allemaal blanke en lijkbleke wezens met bedrukte gezichten onder hun mondmaskers. Ik ben aan het juiste adres. Iedereen helpt mekaar waar hij kan. Ik sta er duidelijk niet alleen voor. Hoe zal de rest van mijn dag er uitzien? Wel, geniet u even met me mee : eerst volgens de regels van een pretpark gehoorzaam aanschuiven en aanmelden bij de receptie, betalen, temperatuur laten opnemen, een RX van de longen, een bloedonderzoek, een paar uur wachten op de resultaten hiervan, nog méér betalen, intussen een beetje doodgaan van binnen, de resultaten van beide door een dokter laten bekijken en beoordelen, nu écht wel sterven bij het zien van de gefronste wenkbrauwen en bezorgde blik, om uiteindelijk - na veel vijven en zessen - hét broodnodige 'Certificate' in je handen gedrukt te krijgen. Met officiële stempel en al : "She has no symptom suspected COVID-19 now". Ik zou iedereen wel willen kussen of knuffelen, maar - ook hier - mag dat intussen niet meer. Ik mag alvast naar huis met een medisch dossier, inclusief bloedresultaten en een megagrote RX die niet eens in mijn rugzak zal passen. Wat een dag. Ik ben stik kapot.   

Zondag, 22 maart. Vandaag zou in principe nog een Angkor Wat-mogelijkheid kunnen zijn. Maar mijn kop staat er niet naar. Niet meer. De situatie verandert hier elke dag. Ik vertrouw het niet meer. Ik wil mijn paspoort ook helemaal niet als waarborg voor een fiets geven. No way dat de één of andere kwiet dat nog eens zou kwijtspelen, zo één dag voor vertrek. Echt niet. Ik blijf vandaag liever wat 'rond de deur'. Want als ze nu wéér wat nieuws bedenken, dan wordt het wel héél erg spannend. Another day at the office dus. Ik berust. Opnieuw.   

Morgen spannende dag dus. Ik ben helemaal voorbereid. Met medisch dossier en al. Hopelijk tot heel binnenkort. En dank je voor het meevolgen. We zwaaien dan wel eens naar mekaar.Vanop anderhalve meter was het, zeker? Ik zal me nog moeten verdiepen in de nieuwe regeltjes in België...  

San

De handdoek en de ring ?

Woensdag, 18 maart. Grote dag : ik mag op buitenlandse reis vandaag. Mijn doel: Laos inruilen voor Cambodja. Een beetje op schoolreis dus, maar voor grote mensen dan. Met de nodige kriebels in de buik. Want aan zo'n grenspost blijft het toch altijd wat spannend. Zeker nu, want “COVID-19” is zowat de meest uitgesproken term onder de backpackers. Allerhande onheilspellende verhalen doen hier al dagenlang de ronde : gesloten landsgrenzen, geannuleerde vluchten, dreigende lockdown, …  Met vijf verschillende nationaliteiten wagen we ons te voet aan de grote oversteek. Het angstzweet breekt ons haast uit. Het is nu echt wel niet de moment om een koortsaanval te krijgen... Enkel de 2 Fransen worden teruggefloten. Zij zijn niet langer welkom in Cambodja. Ik heb méér geluk. De Belgen blijven nog onder de radar, zo blijkt. Geen koorts ook. Groen licht zowaar. Ik vlucht naar buiten, zonder omkijken, vooraleer ze zich bedenken. Pfieww... ?Welgeteld 30 dagen mag ik hier mijn tentje opslaan, vooraleer ik het land - officieel - uitgebonjourd word. Maar als ik mijn mailbox met dringende oproepen van  Buitenlandse Zaken en de Belgische Ambassade moet geloven, keer ik liever nog gisteren dan vandaag naar huis. Bende spelbrekers. Voor zover dus mijn vreugdedansje. En voor zover ook de theorie. Begin dat hier maar ne keer in de praktijk te regelen...   

Eerlijk? De goesting is er meer dan ooit om dit tot het bittere einde vol te houden. Nondedju zeg. En nóg eerlijker? De fun is er wel wat van af. Reizen zou chill moeten zijn. Alleen maar blije gezichten. Onze grootste zorg zou enkel mogen zijn of we factor 15 of toch misschien best 20 op ons westers velleke moeten smeren. Nu zie je enkel maar stresskippen. Kromgebogen boven hun GSM. Om mails te checken. Om reservaties te cancelen. Om last-minute de hele planning weer om te gooien. Om nieuws-sites af te schuimen, op zoek naar wat bruikbare info. En klopt die info dan wel ? En het is ook niet simpel om de ernst goed in te schatten. Vanop afstand al helemaal niet. Tot u spreekt precies een telewerker. Ik ben helemaal mee met mijn tijd. En dan elke morgen weer die mini-hartaanval bij het checken van de Belgische gazet: wat is 't nú weeral ? Ze lezen hier in Cambodja ook wel die gazet, hé! En ze volgen hier ook met de nodige argwaan wat zich op Europese bodem afspeelt. Na de Chinezen, zijn de Europeanen nu de boeman. 't Moest er ooit van komen. Enfin. De gal is eruit gespuugd. 't Moest er ooit ook van komen.  

Positieve noot: ik zit alvast in Cambodja, het land van waar mijn terugvlucht vertrekt. Op advies van reisorganisatie Connections : rond de deur blijven in afwachting van nieuws over een vervroegde vlucht. De stad van waar die vlucht zou moeten vertrekkenSiem Reapaan dat traject begin ik subiet. Ook al was dit pas voor volgende week gepland. Toch al een kleine knoop doorgehakt dus: de plannen voor de rest van het land liggen in de vuilbak. Zelfs niet eens tot in de vriezer geraakt. Is dat erg? Nee. Jammer? Dat dan weer wel. Zó ver zijn we dan toch in elk geval. Wachten op een definitieve nieuwe vertrekdatum. Wellicht niet meer dit weekend. Mogelijks wordt het maandag. Maar 'jullie' slapen als ik wakker ben en omgekeerd. Dus dat duurt wel even. Een hoop administratie en over en weer gebel om al bij al een paar dagen vroeger naar huis te kunnen komen.Maar ik ben dus stand-by. U vraagt, wij draaien. In afwachting zweten we het hier wel uit. Letterlijk en figuurlijk. Ik heb het graag warm. Dus dat komt dan weer goed uit.  

Wat ik me intussen afvraag. Als ik thuis mijn colère op iemand zou willen uitwerken, op hoeveel mensen tegelijk mag dat dan? En hoe ver moeten we dan van mekaar af staan? Kletsen uitdelen mag ook niet, zekerst? Of met een handschoen? Bokshandschoen ?

San

Leven in tijden van "C"

Vrijdag, de dertiende. Het was een zwoele - alweer - maar deze keer ook een woelige nacht. De ventilateur boven mijn bed piept en kraakt en volgens mij draait er vroeg of laat een schroef van af. Ik heb geen zin om gespiest worden. Mijn betonnen bed naar de andere kant sleuren is een optie, maar dan ook weer niet. Ik wil er geen hernia aan overhouden. Met mijn halve slaapkop grijp ik naar de stekker en zie nog net dat een deel van de bedrading gevaarlijk bloot ligt. Ik durf niet. Mijn nieuwe werkdag begint dus vroeger dan verwacht met - als het even kan - het lezen van de (digitale) krant. Ik moet ervan profiteren nu het WIFI-signaal nog vers en sterk is. Allerhande onheilspellende berichten stromen binnen. Berichten, beginnend met LIVE ! of UPDATE ! BREAKING NEWS ! zelfs. Allemaal met overduidelijke hoofdletter. Ik weet niet wat me overkomt of wat eerst te lezen. 'Fake news', denk ik heel even. Hoop ik, wellicht. Maar verschillende bronnen bevestigen mekaars verhalen. Op de GSM méér van dat: BE-alert, Beernem-Alert, ... Wa's me da allemaal, zeg? Als manier om wakker te worden kan dit wel tellen...

Een kleine bezinkingsperiode later:
Ho seg. Dat ik dat nu allemaal moet missen... het leven in België in tijden van "C"... (Ik mag zó hopen dat ik geen spijt krijg van deze woorden. Ik ben hier tenslotte ook nog niet weg, en thuis al helemaal niet...). Maar zeg eens: kunnen jullie je dagen zo wat vullen nu gans jullie sociale leven sjiekeplat ligt? (@ jezus: de pilateslessen zijn tot nader order gecancelled. Je secretaresse houdt het wat op afstand voor je bij). Kan ik iets doen om het wat draaglijker te maken? Een foto van de binnenkant van een restaurant? Van een overvol café? Een school misschien? Moet ik iets meebrengen? WC-papier? Hamsters? Laat gerust weten. Kleine moeite. Als het een troost mag wezen: hier is het ook niet altijd of allemaal rozengeur en maneschijn. Maar zonneschijn... dat dan weer wel. En heet. Bloedheet. Om maar te zeggen: 't is ook entwa om elke avond van de 'werkdag' thuis te komen, volledig plakkerig en bezweet. Totaal uitgedroogd en gedehydrateerd. Ook al is dat twee keer hetzelfde. Onder een laagje stof dat ge er nota bene nog met een kouwe douche moet zien af te weken (en dan nóg zegt m'n vel: "pschtt", gelijk nen beefsteak dat op de BBQ wordt gesmeten).
Enfin. Ik probeer het gesprek maar wat op gang te houden...

Ik doe nog heel even verder. Vanuit mijn hangmat op mijn nieuw vakantieoord . Zitten gaat nl. nog wat moeilijk, na 2 dagen op de fiets en 1 in een kayak. Nog steeds idealer dan tjolen langs de straten in schaduwloze en windstille omstandigheden. Mijn favoriete bezigheid nochtans. Maar goed. We zijn intussen al 2 etappes verder sedert de vorige editie. Pakse, was voor mij maar één overnachting waard. Ik moet keuzes beginnen maken. Momenteel dus in het bijna-uiterste zuiden van het land : Don Det. Een paradijs voor backpackers. Nog méér tjoolders dus. Één van de "4000-islands" ook. Ik heb ze nog niet allemaal geteld, maar vermoedelijk is de afrondingsregel hier ook wel toegepast.

Zo. Tenslotte nog een wist-je-datje : het C-virus is niet via de computer overdraagbaar. Noch via smartphone of tablet. 't Is allemaal maar een weten.

En voor zij die het aanbelangt : zorg goed voor ons ma. Nu nog nét dat tikkeltje méér. En tenslotte: zorg goed voor mekaar.

San

één plus één

Ik was het precies alweer vergeten, of gewoon verdrongen wellicht, maar in Azië slaapt men op stenen: een betonnen matras en keien hoofdkussen. Een beetje zoals in het stenen tijdperk dus, alleen zoveel eeuwen later. Maar alles beter dan het Ijstijdperk. Dat dan weer wel. Na een paar uur verdwijnen de afdrukken van de ressorts op lijf en leden 's morgens uiteindelijk wel vanzelf. Wat ik precies ook vergeten was, is het verkeersreglement voor voetgangers. Er is nochtans niet veel te onthouden, wegens geen reglement.  Zebrapaden, die zijn er dan weer wel. En verkeerslichten aan de overkant van de straat. Die ook. Alleen fase 3 van de werken ontbreekt nog: de prise erin steken. De grote ren-je-rot-show dus, als je de overkant wil bereiken.  Al is Vientiane, alhoewel hoofdstad van Laos, eerder een groot dorp. Niet de mega-metropool zoals je van andere hoofdsteden zou verwachten. Allesbehalve hectisch of razenddruk dus. De kans dat je door 10 bussen of camions gelijktijdig wordt platgereden is hier dan ook bijzonder klein. Behálve als je in de vroege morgen een bus moet zien te halen in een busstation ver buiten de stad. Dán wordt alles boven gehaald dat 2, 4 of liefst nog méér wielen heeft. Solidariteit alom dus.

Het was nochtans vroeg dag. Net 6u gepasseerd. En donker. Dat ook nog. De laatste luidruchtige feestvierders zwalpten nog naar huis. De laatste slok Beerlao - het nationale pintje - nog snel door hun keel jagend. Moeten die mensen eigenlijk allemaal niet gaan werken, denk ik dan? ?
Enfin. Mijn tuk-tuk stond al braafjes op de hoek van de straat op me te wachten. Met chauffeur en al. Die laatste met een smile zoals enkel Aziaten die kunnen hebben. Toch voor even nog. Want al snel zou de tuk-tuk eerder een tuf-tuf worden. "Problem with wheel, Mylady"... Ik knik heel compassieus en begripvol... Ik herken écht wel het oranje flikkerlampje van de benzinetank, mijn beste vriend... En wou nog even naar mijn blonde haren wijzen. Toen ik nog net op tijd dacht : die mens zal toch langs geen kanten begrijpen wat hiervan de bedoeling is. Hier lopen enkel maar donkere coupes rond. Maar hoe zouden ze domme-blondjes-moppen hier dan eigenlijk noemen? Als iemand dat nu eens voor me zou kunnen uitzoeken? Dan kunnen we met z'n allen weer verder met ons leven.

Plan B, de broer, werd in allerijl opgetrommeld. Of daar ging ik gewoon van uit. Hier lijkt iedereen nu eenmaal broer en zus van mekaar. Met stoere brommer en extra bidon nafte. Je weet wel: voor het kapotte wiel... En terwijl broer A aan het 'repareren' sloeg, werd een veel te grote helm op mijn kop geplant, gevolgd door de 3 magische woorden: "Me. You. Busstation". "You. Me. Deal", dacht ik dan weer. Want de tijd stond niet stil. En het verkeer, dat steeds meer en meer. In één rechte lijn richting busstation, dat moest het worden. Uiteindelijk werd het slalommend tussen het stilstaande verkeer. Eerder een kromme lijn dus. Da's dan weer het voordeel van een brommer. Had ik maar eerder aan dit vervoersmiddel gedacht. Maar ik ben nog nieuw in dit land. Ik leer nog bij. Elke dag een beetje meer.
Netjes voor de deur van het busstation afgeleverd. Netjes op tijd ook. Ook al is "tijd" en "op tijd" hier een bijzonder rekzaam begrip. De platte haren weer wat in z'n plooi gestreken. Tevergeefs. En fris als een hoentje klaar om de slaapverwekkende busrit naar mijn volgende (intussen: huidige) bestemming, Savannakhet, aan te vatten. De vermoedelijk en hopelijk langste busrit van deze reis. Dat hebben we dan ook weer gehad. Negen-en-een-half-uur werd over de 469 kilometer gedaan. Naar Aziatische normen: niet slecht 'geboerd'. Deels te wijten aan de lamentabele staat van de wegen en deels aan de chauffeur die elke 5 minuten een plas- rook- of eetpauze van 15 minuten leek te nemen. Ik weet het : mathematisch kan dit niet. Maar één plus één is ook niet altijd twee. Googel dat maar eens na.

En hoe is 't met jullie? Krijgen jullie iedere morgen nog steeds een nieuw optelsommetje en cijfermateriaal voorgeschoteld?

San

Gekeurd en goed bevonden

Zondag 8 maart. Brugge. Nog steeds. Maar wellicht niet meer voor lang. Internationale Vrouwendag ook. Tot u spreekt dan ook een vrouw met een missie. En die missie is : zo snel als mogelijk in de luchthaven geraken vooraleer ze de deuren voor mijn neus toepoefen en heel België in quarantaine wordt gezet. Maar eerst nog met pak en zak door de architecturale opgravingen aan de Katelijnepoort zien te ploeteren. Met mijn fonkelnieuwe sneakers aan. Voor heel even toch. Ik zie er weer proper uit. Just van mijn rijstplantage ontsnapt, zou je haast denken. Door weer en wind. En dit terwijl de eerste brave huisvaders nog half-slapend staan aan te schuiven bij hun favoriete bakker. Ook mannen met een missie. Of met een vrouw. Die om halfacht op zondagmorgen persé een pistoleeke wil. Enfin. Geen tijd om te lanterfanten. De trein op en weg d'ermee. Want de trein is altijd een beetje reizen. En dat is toch wel mijn hoofddoel voor vandaag.
Thuis toch maar snel nog eens in mijn alaambak gegrabbeld. Op zoek naar een mondmaskertje. Of toch iets dat er moet voor doorgaan. ’t Is er eentje van apotheek Gamma geworden. Want het zal je maar overkomen dat je op je reisbestemming schijf- of schilderwerken moet uitvoeren en je daar niet op bent voorzien…
Verder in de luchthaven ook nog een handvol doehetzelvers gespot. Maar voor de rest weinig of niets aan de hand. Het is dezelfde gezellige drukte als voorheen. Me happy. Zelfs mijn vlucht is al ruim op voorhand aangekondigd. Op tijd en al. Ik ben een nóg gelukkiger mens.

We kunnen er dus aan beginnen, aan de jaarlijkse uitputtingsslag op 10 kilometer hoogte. Een luxeprobleem eigenlijk. Ik mag niet klagen. Eerst richting Bangkok, de thuishaven van Thai Airways. En na een paar uur in transit, een moderne vorm van quarantaine eigenlijk, richting eindbestemming, zijnde: Vientiane, hoofdstad van Laos. Voor de zekerheid in de vlieger toch maar een Dafalganneke geslikt. Op algemeen advies. Met een restje Thaise wijn - veredeld druivesap eigenlijk - bij gebrek aan iets anders. Alsof ik koorts zou hebben. Er hangen net geen ijspegels aan mijn wenkbrauwen en lippen. Maar we spelen het spelletje mee. Want daar zijn ze dan – ’t heeft nog lang geduurd - de gezondheidsinspecteurs-van-dienst. Met hun pulle desinfecterende handgel en hun koortsscanmachine. Tot twee maal toe. Ik onderga mijn lot zonder morren. Mijn stofmasker haal ik voorlopig nog niet van onder het stof. Ook al ben ik hier zoetjesaan de enige vreemde eend in de bijt. Maar misschien ook wel de enige die binnenkort met geen flaporen gaat rondlopen. Bezorgde mensen, die Aziaten. Het lijkt precies een bijzondere reis te zullen worden…

Nog 1 hindernis te gaan: de visum-rompslomp. Conclusie: ik mag het land alvast binnen. Voor 30 dagen althans. Er weer uit zien te geraken, dat zijn zorgen voor later.
Ook geen plaatselijke ijsvorming meer bij het verlaten van de luchthaven. 't Is hier volgens mij 'duust' graden. Mogelijks nog méér. Beernemse legende 'Carolus-van-achter-de-vaart' zou hier in geen geval steenrijk worden. En ik ben precies ook wel wat overdressed. Subiet daar eens een mouw aan passen. Of iets mouwloos eerder. Ik ben – alweer – een gelukkig mens. Voor de zoveelste keer in amper een paar uur tijd. Áls of wanneer dit de komende weken zou verkeren, daar heeft voorlopig enkel Bredero een antwoord op. Zei ze dan weer heel lyrisch. Van uren in de lucht te hangen begint een mens blijkbaar spontaan te zweven.

Et vwala. U bent weer helemaal op de hoogte. Mijn eerste stadswandeling in mijn nieuwe verblijfplaats zit er intussen ook op. Stadsslaapwandeling eigenlijk. Morgen tweede zit onder meer uitgeslapen omstandigheden.

Tot blogs!

San